Valerie Bélin

was te zien /

Huis Marseille presenteert voor het eerst een groot overzicht van het werk van de Franse fotografe Valérie Belin (Boulogne-Billancourt 1964). Belin was al eerder in Huis Marseille te gast, in de groepstentoonstelling Oublier l’exposition, hedendaagse fotografie uit Frankrijk (2001), waarin zij opviel met haar monumentale portretten van bodybuilders en Marokkaanse bruiden. De afgelopen zeventien jaar heeft Valérie Belin aan een oeuvre gewerkt van bijna twintig series stillevens en portretten. De meeste series heeft Belin gefotografeerd in massief en contrastrijk zwart-wit, haar nieuwste werk is in kleur.

In Valérie Belins foto’s speelt het begrip ‘lichaam’ in de breedste zin van het woord een belangrijke rol. In de vroegere series van kristal, spiegels, jurken en autowrakken (1993–1998) is het menselijk lichaam nadrukkelijk aanwezig maar zonder zichtbaar te zijn. Voor het Musée des Beaux-Arts et de la Dentelle in Calais (1994) fotografeerde Belin fragiele, oude jurken uit de collectie, op ware grootte en liggend in dozen met vloeipapier. Zonder dat de foto’s macaber worden, veranderen de dozen in doodskisten waarin de afwezige lichamen van de vrouwen die de jurken ooit droegen, opnieuw tot leven komen. In de serie foto’s van bodybuilders (1999) lijkt het menselijk lichaam juist heel erg aanwezig in de spiermassa’s waarmee de geportretteerden pronken, tegelijkertijd is de oorspronkelijke en natuurlijke vorm van het menselijke lichaam verdwenen achter het musculair machtsvertoon. Op dezelfde manier worden de Marokkaanse bruiden (2000) bijna letterlijk verpletterd door hun met juwelen bezette zware jurken: ook hier verandert het lichaam in een decoratief en levenloos object.

Met behulp van witte of zwarte achtergronddoeken isoleert Belin de mensen of objecten van hun omgeving, en sluit ze elk verhalend element uit. Ze maakt een vrij strakke uitsnede van het beeld en drukt ze haar foto’s af op een meer dan levensgroot formaat. Hierdoor geeft ze haar tweedimensionale foto’s de fysieke, driedimensionale ervaring van een sculptuur. Tot voor kort bereikte ze deze sculpturale en grafische kwaliteiten alleen in zwart-wit, maar nieuwe digitale fototechnieken hebben haar in staat gesteld ook in kleur het onderwerp naar haar hand te zetten.

Hoewel Valérie Belin elke fotoserie eerst afrondt voordat ze aan een nieuw onderwerp begint, kunnen de series niet los van elkaar worden gezien. In samenhang krijgen ze betekenis en wordt de dunne scheidslijn tussen echt en onecht, tussen leven en niet-leven duidelijk. Deze spanning tussen realisme en illusie is het meest zichtbaar in haar series portretten. Op een haast griezelige manier lijkt in de serie maskers (2004) het levenloze materiaal tot leven te komen, terwijl de zwarte vrouwen (2001) veranderen in levende votief beelden. Belin is geïnteresseerd in het grensgebied tussen het menselijke en het werkelijke enerzijds, en het organische en het virtuele anderzijds: real life versus virtual life. De verschillen tussen de levende fotomodellen (2001) en de hyperrealistische etalagepoppen (2003) wordt op haar foto’s verontrustend klein. In de ene serie heeft ze levende mensen een neutrale, levensloze gezichtsuitdrukking laten aannemen, in de andere serie betreft het levenloze poppen die juist gegoten zijn naar levende, echte modellen. Toch hebben ze allemaal dezelfde functie: een zo neutraal mogelijk ondergrond bieden waarop anderen hun fantasie kunnen projecteren.

Terwijl elk detail, elk haartje, elke oneffenheid op de foto’s zichtbaar wordt, verliezen de geportretteerde mensen op de foto’s van Valérie Belin toch hun individualiteit. Dit gegeven heeft ze op een andere manier uitgewerkt in haar nieuwste fotoseries van twaalf vrouwelijke en mannelijke fotomodellen (2006) en van zwarte vrouwen (2006). Voor het eerst gebruikt ze hier kleur en een direct gericht licht. Ondanks de kleur lijken de modellen nog meer op poppen dan in de zwart-wit serie, omdat Belin de kleuren zo onverzadigd mogelijk heeft afgedrukt en de modellen met een intens ‘lege’ blik in de verte staren. De glanzend bruine gezichten en kleurrijke outfits van de zwarte vrouwen, die Belin in de metro van Parijs heeft gevonden, contrasteren sterk met de naakte gezichten van de modellen. Belin heeft deze vrouwen op dezelfde manier gefotografeerd waardoor het uitgesproken individuele karakter van hun kleding- en haarstijl toch onverwacht uniform lijkt.

Valérie Belins voorliefde voor gedaanteveranderingen komt in sommige series letterlijk naar voren, zoals in haar portretten van transseksuelen (2001) en in de serie portretten van Michael Jackson look a likes (2003). Deze mensen hebben hun uiterlijk zo perfect mogelijk gemodelleerd naar dat van hun idool. Hun eigen identiteit verdwijnt daarmee achter die van een ander, terwijl dat idool zelf zijn eigen uiterlijk en identiteit ook heeft herschapen.

Iconen van de populaire cultuur (Michael Jackson, fotomodellen, bodybuilders), consumptieartikelen (chipszakjes), gebruiksvoorwerpen (automotoren): Valérie Belin bedient zich van de thema’s die sinds Pop Art gewoon zijn geworden in de beeldende kunst. In tegenstelling tot haar voorgangers is het Belin echter niet te doen om populaire cultuur zonder meer te registreren. Met haar foto’s wil ze laten zien hoe zij als fotograaf met fotografische middelen de werkelijkheid naar haar hand kan zetten en in samenhang een nieuwe betekenis kan geven.

De tentoonstelling is tot stand gekomen met steun van Culturesfrance en de Franse Ambassade in Den Haag. Na Amsterdam reist de tentoonstelling verder naar het Maison européenne de la photographie in Parijs (9 april – 8 juni 2008) en Musée de l’Elysée in Lausanne (6 november 2008 – 4 januari 2009).

Publicatie

Valérie Belin, Steidl Verlag, ISBN 978 3 86521 465 2, ENG. Els Barents, Jean-Luc Monterosso, William A. Ewing (introd.), Régis Durand (tekst), Nathalie Herschdorfer (interview).

fotografen uit collectie

Valérie Belin