Koos Breukel / Zoon

nu te zien /

De Nederlandse portretfotograaf Koos Breukel – wiens oeuvre zowel in binnen- als buitenland in hoog aanzien staat – fotografeert zijn oudste zoon Casper sinds diens geboorte in 2000. Dit heeft geresulteerd in een reeks intieme en soms ontroerende portretten, die niet alleen Casper in verschillende fases van zijn leven laten zien, maar ook de band tussen vader en zoon reflecteren. Dit jaar wordt Casper achttien – hij is volwassen en maakt zijn eigen keuzes –, voor Breukel hét moment om dit unieke project aan het grote publiek te tonen.

Geen doorsnee band

‘Zie mij als een slechte vader, maar beschouw me als een goede vriend,’ zei Koos Breukel tegen zijn toen veertienjarige zoon. Casper vond dat prima. ‘Want zo dacht ik er toch al over.’ Doorsnee is de band tussen deze vader en zoon nooit geweest. Op 28 maart 2000 werd Casper in het ziekenhuis van Alkmaar geboren. ‘Ik was niet het type om mee te puffen of zijn moeders hand vast te houden,’ zegt Breukel in een interview dat Joris van Casteren voor deze tentoonstelling en de bijbehorende publicatie maakte. Tijdens de geboorte verschool hij zich achter zijn Hasselblad en drukte af. De snijdende blik van de boreling keert in alle portretten terug. ‘Casper heeft een waanzinnig goede expressie,’ zegt Breukel. ‘Net een roofdier dat je scherp in de gaten houdt.’

Bergen

Pogingen van Caspers ouders tot samenwonen mislukten, in 2004 was de breuk definitief: Breukel bleef in Amsterdam, Casper groeide op bij zijn moeder in Bergen. Al die jaren is Breukel hem blijven portretteren, op zoek naar de roofdierenblik. Op gezette tijden haalde hij hem op bij zijn moeder en dan trokken ze er samen op uit. Het deert Casper niet dat hij al die jaren als onderwerp voor de camera heeft gefungeerd. ‘Ik weet niet beter.’ Hij vindt het ‘geen probleem’ dat er nu een tentoonstelling is.

Fotografische ontwikkeling

De tentoonstelling laat niet alleen zien hoe Casper langzaam volwassen wordt, maar geeft indirect ook een overzicht van de ontwikkeling die Koos Breukel in die periode als fotograaf heeft doorgemaakt. Langs de lijn van Caspers opgroeien zien we hoe Breukels voorkeur voor het authentieke, het ongeflatteerde en het rauwe leven geleidelijk een visuele verandering ondergaat. Als Casper klein is, fotografeert hij hem nog voornamelijk in zwart-wit in een directe, haast documentaire stijl. Op het moment dat hij in kleur gaat werken en van analoog op digitaal overstapt, wordt zijn blik bedachtzamer en verstilder. Hij omarmt de nieuwe artistieke mogelijkheden van de digitale techniek, die hem in staat stellen een meer schilderachtige benadering van het fotografisch portret te ontplooien.

Zoon is vormgegeven door Studio Verschueren, de teksten zijn geschreven door schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren.

Koos Breukel (1962) legde zich na zijn opleiding aan de School voor Fotografie en Fotonica in zijn geboorteplaats Den Haag toe op portretfotografie. Eind jaren ’80 begon hij met exposeren. Daarnaast werkte hij in die periode voor de tijdschriften Oor, Quote en Blvd. In de jaren negentig nam Breukel minder journalistieke klussen aan om zich op vrij werk te kunnen concentreren, waarbij hij zich liet inspireren door Richard Avedon en Robert Frank, zijn grote voorbeelden. Hij publiceerde verscheidene fotoboeken, zoals Hyde (1996), een intiem fotoverslag van de aan aids stervende theatermaker Michael Matthews, Faire Face (2010) behorende bij een overzichtstentoonstelling in Parijs en het met de Kees Scherer-prijs beloonde boek Me We (2013) een autobiografisch fotoboek over de levenscyclus.

Publicatie

Tegelijk met de tentoonstelling verschijnt bij uitgeverij Bas Lubberhuizen het fotoboek Zoon met foto’s van Koos Breukel en teksten van Joris van Casteren, ontworpen door Studio Verschueren.

fotografen uit collectie

Koos Breukel