Eddy Posthuma de Boer & Juul Hondius / Keuze uit de collectie

was te zien /

In de zomer van 2002 presenteert huis Marseille twee geëngageerde fotografen die zich beiden concentreren op het visualiseren van maatschappelijke problemen middels de fotografie. Eddy Posthuma de Boer is de éminence grise van de Nederlandse reportagefotografie, die met zijn camera de wereld afreist om het grote (en kleine) leed van mensen aan de onderkant van onze samenleving vast te leggen. Met zijn ‘voeten in de modder’ gaat hij de directe confrontatie aan. Juul Hondius is de jonge conceptuele kunstenaar-fotograaf die in zijn geënsceneerde foto’s het kijken fileert. Welke beeldtaal hanteren persfotografen die oorlog en armoede fotograferen en hoe reageert de beschouwer daar op? Het antwoord van Posthuma de Boer en dat van Hondius lijken diametraal tegenover elkaar te staan. Het engagement is er echter niet minder om. Zij vertegenwoordigen niet alleen twee generaties maar ook twee verschillende visies op de geëngageerde fotografie: beiden bieden ze ieder op hun eigen wijze stof voor discussie over de problematiek in de derde wereld en de westerse verbeelding daarvan.

Eddy Posthuma de Boer

Het leven van straatkinderen overal ter wereld loopt als een rode draad door het werk van Eddy Posthuma de Boer. Het is het thema waar hij telkens weer naar terugkeert. Met zijn camera neemt hij het op voor deze kinderen die geen kind meer zijn – het misschien ook wel nooit zijn geweest – en die in feite ook geen toekomst als volwassenen meer hebben. Bogotá, Manilla, Nairobi, Tirana zijn de zwaarst getroffen steden: “de straten ruiken er naar menselijk lijden, lijmsnuivende, haveloze, verwilderde kinderen tussen de vier en zestien jaar oud, rondzwervend, bedelend om geld van voorbijgangers en zoekend in vuilnis in de hoop iets te eten te vinden”. Posthuma de Boer reisde de afgelopen decennia de gehele wereld rond en werkte voor een groot aantal tijdschriften. Altijd onderscheidt zijn werk zich door een grote betrokkenheid met mensen en kinderen in nood door oorlog en armoede. Zijn stijl is direct en onopgesmukt in grafisch zwart-witte foto’s die gemaakt zijn met een groot gevoel voor compositie en dramatische zeggingskracht. Maar hij laat niet alleen het leed van de kinderen zien, hij laat ook hun veerkracht zien en hun soms vindingrijke manieren van overleven waarmee hij hen hun eigenwaarde teruggeeft. In een interview met Hugo Camps, dat in 1996 werd gepubliceerd in de catalogus Voor het oog  van de wereld, verwoordde Posthuma de Boer zijn drijfveren als volgt:  “Natuurlijk is de camera geen wapen tegen onrecht. De wereld laten zien zoals-ie vandaag is, meer kan ik niet doen. En de camera is geloofwaardiger dan woorden. Die laat sec zien dat de beschaving het aflegt tegen de mensen. Nog steeds. Wat ik doe, is een vorm van getuigen”. Voor huis Marseille heeft Posthuma de Boer een heel persoonlijke selectie gemaakt van de foto’s die hem het meest aan het hart gaan: straatkinderen uit vier verschillende continenten en portretten van kinderen met Aids uit Afrika. Aids zal te zijner tijd wel worden opgelost, luidt zijn commentaar, de problematiek van de straatkinderen is daarentegen uitzichtsloos.

Juul Hondius

Ook het werk van Juul Hondius (in 1996 afgestudeerd aan de Koninklijke Academie Den Haag) gaat over actuele problematiek, engagement en de positie van de documentaire fotografie. Bij hem staat niet zozeer het onderwerp zelf centraal als wel de beeldtaal die in foto’s van bijvoorbeeld oorlogssituaties en vluchtelingenstromen wordt gebruikt. Hondius ontleedt de manier waarop wij als toeschouwers dergelijke foto’s zien en beoordelen. “Ik wil laten zien hoe bevooroordeeld mensen zijn. Als kunstenaar denk ik dat je een bepaalde verantwoordelijkheid hebt” zei Hondius eens in een interview.  Voor zijn Tolerance Project (1998) in Tsjechië maakte hij portretten van Roma-zigeuners die hij tot billboardformaat opblies en, voorzien van provocerende teksten, ophing in Praag. De inwoners van Praag werden op deze manier geconfronteerd met hun eigen racistische vooroordelen ten aanzien van de Roma, met als pijnlijk resultaat dat binnen twee weken alle posters waren beklad en vernield. Zijn meest recente werk, dat in huis Marseille zal worden getoond, bestaat uit geënsceneerde taferelen. Deze zijn wat onderwerp betreft geënt op de actualiteit, hun vorm ontlenen ze aan klassieke beeldcomposities. Met behulp van onze collectieve westerse beeldcultuur visualiseert Hondius maatschappelijke kwesties die met geweld, spanning en leed te maken hebben. Voor de constructie van zijn foto’s put Hondius uit eigen beeldresearch in onder andere kranten en tijdschriften maar ook uit zijn herinnering. Het is voor hem van belang dat mensen het type beeld herkennen en er bepaalde associaties bij krijgen. De foto’s hebben het karakter van een filmstill waarbij het verhaal maar ten dele duidelijk wordt maar de spanning des te meer voelbaar is: een man in het water, slapende mensen in een bus, een auto met beslagen ruiten etc. Scènes die de beschouwer een bepaalde richting opsturen: moord, oorlog, vluchtelingen, etc.

Bij Artimo verschijnt een publicatie van het werk van Juul Hondius: A Complex Newspaper, met teksten van Patrice Joly en Christel Vesters, vormgeving Thomas Buxó, € 10 (NL/FR/ENG)

Keuze uit de collectie

Sinds de opening in september 1999 beschikt huis Marseille over een eigen fotocollectie. Deze verzameling is de afgelopen jaren gestaag uitgebouwd en bevat momenteel ruim 130 foto’s. Kleine selecties hieruit waren de afgelopen jaren regelmatig in huis Marseille te zien. Het accent van de collectie ligt op eigentijds werk van zowel Nederlandse als buitenlandse fotografen die de belangrijkste ontwikkelingen binnen de fotografie representeren. Niettemin vormt de leidraad bij het verzamelen, net als bij het tentoonstellingsprogramma, kwaliteit en diversiteit en zijn vorm en functie van ondergeschikt belang. Het doel van de collectie is deze te exposeren en onder de aandacht van het publiek te brengen. Veel van de foto’s bezitten een monumentaal karakter en worden getypeerd door een brede interpretatie van het medium en een zeer gevarieerde hantering van de fotografische techniek. In een losse referentie naar het humane werk van Eddy Posthuma de Boer en Juul Hondius is er deze keer een keus gemaakt voor foto’s die de mens centraal stellen. Zo zal deze zomer de tuinzaal aan de achterkant van het huis zijn ingericht als portrettengalerij met werk van zeer uiteenlopende fotografen als: Céline van Balen, Anton Corbijn, Yasumasa Morimura, Andres Serrano en Beat Streuli. In de grote zaal aan de voorkant zal monumentaal werk van Craigie Horsfield en Adreas Gursky te zien zijn met de menselijke massa als thema. Daar tegenover zijn het desolate maanlandschap van Mike Light en de lege geconstrueerde ruimtes van James Casebere gesteld. Verder zal er documentair werk van Bertien van Manen en Robert van der Hilst worden getoond en enkele foto’s van de jonge Duitse, in Nederland werkzame fotografe Dorothée Meyer.